Historie (El-Iraja 1977)

Afghaanse windhondenkennel “El Iraja”, wie zijn wij en waar komt de naam vandaan, een korte geschiedenis…
Geschreven door Mariejan

Ooit, toen ik nog een klein meisje was, zag ik in een boek een Afghaanse Windhond. Ik wist niet wat voor hond dit nou precies was en waar hij vandaan kwam, maar een ding wist ik heel zeker: later als ik groot was, zou ik zo’n hond hebben.

Ik was geboeid, gefascineerd, je kunt wel zeggen in de ban van deze prachtige koninklijke verschijning. Het liet mij niet meer los. Ik stelde mij voor hoe het was om naast zo’n prachtig dier te mogen lopen .

 In 1977 was het dan zover. Nog niet gepland maar het lot, of eigenlijk, het geluk lachte mij toe. In de buurt bij een gezin, die zich waarschijnlijk niet hadden verdiept in dit byzondere ras en de vachtverzorging, zocht men voor een teefje een nieuw tehuis. Ik hoefde hier geen minuut over na te denken, dit was mijn kans.

Sonja van de Klokkenhof (zo heette zij) kwam bij ons wonen.

Ik zie haar nog binnen komen, een prachtige brindle verschijning met de mooiste ogen die ik ooit gezien had.

Zij was een dochter van Omar sharrief van de Klokkenhof en Raspotin van de Klokkenhof, maar dat kon mij helemaal niets schelen, ik had mijn Afghaantje.

Apetrots liep ik naast haar.

Via de kennel waar zij vandaan kwam, kwam ik voor het eerst op de tentoonstelling.  Dat viel nog niet mee. Ik was totaal een leek in het showen en ik denk dat ik meer een attractie was dan exposant. Later leerde ik waar je op moet letten en wat je allemaal moet doen om je Afghaan zo goed als mogelijk te showen.

Het was in het begin dus ook geen succes en jaloers keek ik naar mijn mede-exposanten hoe geroutineerd zij hun honden voorbrachten en de bekers binnensleepte.

Op een show bij ons in de buurt zag ik op een gegeven moment een prachtige jonge blonde reu, Sandokan van de Klokkenhof, een zoon van Ghaman el Kharaman en Mazuri Boxenberg. Ik was op slag verliefd en, noem het lot, maar ik geef zelf de voorkeur aan geluk, ook deze reu zocht een nieuw baasje. Men vond de vachtverzorging toch wel erg veel tijd kosten en ook was de reu “moeilijk opvoedbaar”, zei men.

Later kwam ik dezelfde mensen nog eens tegen met een jack russeltje (niets ten nadele van dat hondje).

Ik had de smaak te pakken en het duurde ook niet lang voor ik mijn 1e nestje fokte, in 1979 met deze koninklijke honden.

Jong en onervaren kwam het eerste nestje. Wat was ik blij, mijn geluk kon niet op, maar helaas het geluk dat mij zo had toegelachen keerde zich tegen mij.

Mijn lieve mooie Sonja kwam onder een auto toen zij even werd uitgelaten, even de benen strekken en dan weer snel naar haar baby’s. Zij zag de auto niet.

De puppies bleven met hun verdrietige vader en baasjes achter. Gelukkig waren ze al goed gegroeid en konden zij snel over op vast voedsel.

Ik had besloten om een mooie zwarte reu te houden, maar door het verlies van Sonja heb ik toen ook haar dochter Shiba, die als twee druppels water op haar leek,  gehouden. Van Shiba kregen wij 2 mooie nesten, 1 met Nanouc el Khan van de Klokkenhof, en  nog 1 met Nanouc el Khan van de Klokkenhof in 1983, waaruit de stammoeder margaux el Iraja van de kennel “Fatinat al Sjark” van de fam. Langenberg kwam.

Uit Shiba hebben wij Eloah Ghalet gehouden, zij was een mooie blonde teef met allure, maar door de moordende concurentie (de Afghaan was erg in trek en het leek of iedereen er een had) kwam zij vaak niet in aanmerking voor de hoogste plaatsing in de ring.

Met Eloah Ghalet ben ik in 1985 naar Els de Kok gegaan van de kennel Ar Quadir Thasi, en heb van haar mooie reu en Wereldkampioen Bahadur een dekking gehad.

We kregen uit deze combinatie maar 1 reutje Zaid Adonis El Iraja. Zaid was een, wat je noemt, imposante verschijning. Een op en top reu met een schitterende expressie en karakter. Omdat wij maar 1 puppie hadden uit deze combinatie hebben wij het in 1986 nog eens geprobeerd, nu met meer succes. Maar liefst 8 puppies werden er geboren waaronder Effendi en Elima, die wij beide zelf hadden aangehouden. Met beide teefjes boekten wij succes en graag wilde we van Elima een nestje.

Voor haar hadden wij de mooie reu van Jan Molendijk uit de kennel From the House of Daylight, Lionel, uitgezocht.

Het was net in de periode dat de kernramp in Tjernobl dat Elima en Effendi waren geboren.  En of het nou daar aan gelegen heeft, maar wij kregen geen puppies.

Ook na onderzoek in Utrecht. We hebben het nog een aantal keer geprobeerd maar zonder resultaat. Onze teefjes werden te oud en ik kreeg het te druk met mijn afstuderen en zo kwam de hele kennel op een laag pitje te staan. De laatste Afghaan overleed en we hebben er zelfs aan gedacht om helemaal geen honden meer te nemen totdat in 2002 er bij Margit en Frank Langenberg een nestje was geboren uit de combinatie Laitin Apsa Fatinat al Sjark en Popov’s Sundance Kid.

Pazir Djamahl kwam in ons leven en met hem begon er weer een nieuwe periode van shows en natuurlijk rennen en coursen. Djamahl is voor ons alles wat wij in een Afghaan bewonderen; de Koning der honden, ( dit is de betekenis van de kennelnaam EL Iraja) een superintelligent wezen met een heerlijk afghanen karakter en uiterlijk wat hem de titel Nederlands en Duits kampioen heeft gebracht. In 2007 is ons meisje, Farah Fee el Shariat, bij ons gekomen. Ook zij is en super Afghaantje met alle kwaliteiten die een toekomstig kampioentje moet hebben. En dat heeft ze, al op jonge leeftijd heeft Farah al heel wat titels in de wacht gesleept waar wij apetrots op zijn.

Wij genieten nog elke dag met volle teugen van dit prachtige Koninklijke ras en hopen dit nog lang te mogen blijven doen.Gelukkig is mijn dochter Davinia net zo verliefd op dit bijzonder geweldige ras als dat ik ben, en wil zij graag de toekomst van El Iraja verder uibouwen.

Nu ook met de uitbreiding van onze geweldige nieuwe afghanen telg genaamd Harshad El-Shariat roepnaam HIND (arabische prinses).


 Mariejan van Deinsen

Tagged , , , .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

Reacties zijn uitgeschakeld.